Mooie Spreekwoorden over Brand (Brand Spreekwoorden)

Mooie spreekwoorden over brand met betekenis. Leuke brand spreekwoorden en gezegden voor Facebook, Twitter, Skype, WhatsApp, SMS, etc. Weet jezelf ook nog een paar leuke brand spreekwoorden plaats ze dan gerust onder deze pagina.

Hij is bang zich aan koud water te branden.

(Hij is overdreven voorzichtig)

Brand je vingers niet.

(Pas op dat je de regels niet overtreedt)

Iemand uit de brand helpen.

(De problemen van iemand oplossen)

De brand is geblust.

(Het probleem is opgelost)

Hij laat zijn kaars aan twee kanten branden.

(Hij verspilt veel geld)

In de brand zitten.

(In de problemen zitten)

De brandklok luiden.

(Alarm slaan, me teveel kabaal)

Voor iedere heilige een kaars branden.

(Iedereen die het verdiend bedanken)

Waar het werk bij het vuur ligt is brand te vrezen.

(Je moet twee (ongetrouwde) geliefden niet te veel de gelegenheid geven)

Hij is niet vooruit te branden.

(Hij is erg lui)

Er gaat een lampje branden.

(Nu wordt het duidelijk)

Zijn schepen achter zich verbranden.

(Er is geen weg terug meer mogelijk)

Zij gaan gearmd naar de brand.

(Zij gaan samen ergens naar toe)

Het geld brandt in zijn zak.

(Hij geeft al zijn geld meteen uit)

Het vuurtje aan het branden maken.

(Ergens ruzie over gaan maken)

Zijn blad is niet verbrand.

(Iets goed kunnen vertellen)

Een kaars voor de Duivel branden.

(Uit eigenbelang de slechte daden van iemand afzwakken)

Moord en brand schreeuwen.

(Heel erg tekeer gaan)

Wilt ge brand vermijden vraagt bijtijds uw schouw.

(Je moet op tijd voorzorgsmaatregelen nemen)

Liever opbranden dan uitdoven.

(Intensief leven)

Hij is snel aangebrand.

(Hij wordt snel boos)

Dat gaat aanbranden.

(Dat loopt slecht af)

Hij is daar erg op gebrand.

(Hij waardeert dat zeer)

In de brand zitten.

(Veel schulden hebben)

Hij is brandhout voor de hel.

(Hij is een slecht mens)

Spotters huisjes branden licht.

(Je moet niet met andere mensen de spot drijven want wie weet word je zelf ook nog het slachtoffer)

Die zich uit de rook houdt zal zich niet branden.

(Als je de problemen niet opzoekt zal je ook niets overkomen)

De rode haan laten kraaien.

(Brand stichten)

Iemand burgemeester van een afgebrand dorp maken.

(Iemand uitschakelen)

Zijn moeders huis in brand gestoken.

(Hij is nog trots ook op die schandelijke daad)

Trouwen is beter dan branden.

(Je kunt beter trouwen dan naar iemand verlangen)

Vuur bij het vlas brand wonder ras.

(Je moet twee (ongetrouwde) geliefden niet te veel de gelegenheid geven)

Een boom in brand steken.

(Tegen een boom urineren)

Hij steekt zijn huis in brand om zich aan de kolen te warmen.

(Hij maakt zichzelf in het nadeel om een klein voordeel te behalen)



Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*