Mooie Spreekwoorden over Brood (Brood Spreekwoorden)

Mooie spreekwoorden over brood met betekenis. Leuke brood spreekwoorden en gezegden voor Facebook, Twitter, Skype, WhatsApp, SMS, etc. Weet jezelf ook nog een paar leuke brood spreekwoorden plaats ze dan gerust onder deze pagina.

De een zijn dood is de ander zijn brood.

(Als het iemand slecht gaat is er altijd wel iemand anders die daarvan profiteert)

Dat is een broodje aap.

(Een verzonnen verhaal dat voor waar wordt aangenomen)

Hij laat zich het kaas niet van het brood eten.

(Hij komt op voor iets)

Kruimels is ook brood.

(Je moet ook de kleine dingen waarderen)

De mens zal bij brood alleen niet leven.

(Een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes)

Brood op de plank hebben.

(Voldoende inkomen hebben)

Iemand het brood uit de mond stoten.

(Iemand werkloos maken)

Hij moet droog brood eten.

(Hij moet met weinig rondkomen)

Op water en brood zitten.

(In de gevangenis zitten)

Hij is zo mager als brood / Hij is broodmager.

(Hij is heel erg mager)

Iemand stenen voor brood geven.

(Geen medelijden tonen met iemand die in erge nood verkeert)

Bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien.

(In nood moet je wel eens dingen doen die anders te duur zijn)

Twee zuivels op één brood geeft hongerdood.

(Je moet geen boter en kaas tegelijk op je brood doen)

Hij komt met de paal als het brood al in de oven is.

(Hij komt te laat)

Vasten is geen brood sparen.

(Als je spaart en het daarna weer opmaakt heb je nog niets gespaard)

Het brood der dienstbaarheid eten.

(Afhankelijk zijn van uw meester)

Overal wordt brood gebakken.

(Ook ergens anders kun je goed leven)

Ongegund brood wordt veel gegeten.

(Men gunt een ander vaak zijn succes niet)

Die geen wit brood en heeft gedoe met bruin.

(Je moet tevreden zijn met wat je kunt krijgen)

Het is een slechte hond die zijn brood pakken laat.

(Je moet voor jezelf opkomen)

Kinderen houden het brood uit de schimmel.

(Kinderen eten meer dan je denkt)

Dat is een profeet die brood eet.

(Met hem hoef je geen rekening te houden)

Trouw heeft brood als ontrouw is in nood.

(Als de nood aan de man is weet je pas of iemand je trouw is)

Klagers geen nood, pochers geen brood.

(Mensen overdrijven vaak om niet te laten merken hoe het in werkelijkheid met ze gaat)

De kunst gaat om brood.

(Een kunstenaar verdient meestal niet zoveel)

Wiens brood men eet diens woord men spreekt.

(Je staat aan de kant van degene die jou onderhoud)

Werp uw brood uit op water.

(Je moet blijven geven ook al worden je giften niet altijd goed besteed)

Dat eet geen brood.

(Dat kost weinig onderhoud)

Hij moet genadebrood eten.

(Hij wordt door anderen onderhouden)

Handen in de schoot dat geeft geen brood.

(Je zult moeten werken voor de kost)

Een goede ziel weet van stenen brood te maken.

(In het leven moet je tevreden zijn met wat je hebt)

De raven zullen je geen brood brengen.

(Je zult moeten werken voor de kost)

Lang vasten is geen brood sparen.

(Als je iets uitstelt hoeft dat nog niet te betekenen dat het niet meer gebeurt)

Pochers geen brood klagers geen nood.

(Mensen die veel klagen hebben het vaak zo slecht nog niet)

Daar lusten de honden geen brood van.

(Dat is al te erg)

Hij heeft van de gerstebroden niet gegeten.

(Hij is erg dom)



Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*